Solo

Patterns II (1991)

The Bells of Shiga, Japan
Patterns II is gebaseerd op het fenomeen van luidklokken, op de onvoorspelbaarheid van samenklank. Het idioom van Patterns II is minder traditioneel: het aantal tonen (klokken) neemt gaandeweg toe, en later ook weer af. Het stuk bestaat uit vijf delen. De toon FIS blijkt kern te zijn, in patronen die ritmisch complexer worden naarmate er meer (luid)klokken worden gebruikt.


Patterns II duurt ca. 13’. Hoewel de uitvoering van de vijf delen gezamenlijk de voorkeur heeft, is het ook mogelijk delen uit Patterns II zelfstandig uit te voeren. Er bestaan dan de volgende mogelijkheden:

  • Patterns II.a (duration ca.   9')     =
B C D E
  • Patterns II.b (duration ca. 11')     =
A B C E
  • Patterns II.c (duration ca.   8')     =
A D E
  • Patterns II.d (duration ca.   4')     =
D E
  • Patterns II.e (duration ca.   6')     =
A E


Patterns II werd geschreven voor de concerten die Maassen in de jaren 1991 tot 1996 gaf op de Eijsbouts-beiaard te Misono, Japan. Eerste uitvoering: door Jacques Maassen, 4 april 1991, op de beiaard van de Sjinji Shumeikai  te Misono (Shiga, Japan.)

Dit stuk is ook gespeeld op de beiaard van Nijkerk. Beluister het door hier te klikken.


 

Dessins III (1991)/ Patterns III

Ter gelegenheid van het 21ste Congres National van het Guilde des Carillonneurs de France, in juli 1991 te Pamiers gehouden,  schreef Jacques Maassen zijn “variations chevalines” voor het 2-octaafs instrument van de Eglise St. Antonin van Pamiers.
Het werk, zogeheten omdat is gebaseerd op het franse volksliedje “Chevaliers de la table ronde”, is in feite een reeks doorgecomponeerde variaties. Omdat aan het eigenlijke lied slechts wordt gerefereerd, kan worden aanbevolen de eenstemmige melodie of vooraf, of (nog beter) aan het eind te spelen.

Dessins III is opgedragen aan Christine Laugie – van Houten, beiaardier van Pamiers.
Duur: ca. 5’

Een iets gewijzigde versie voor 3-octaafsbeiaard verscheen als Patterns IIIB in het Brabants Beiaardboek II (1998), een uitgave van de Ned. Beiaardschool Amersfoort en Beiaard-Centrum Nederland (BCN).
Van de versie voor 2 octaven (Dessins III) is hier daarom maar 1 partituurpagina afgebeeld. 


 

Variations on three Japanese folksongs (1991)

Variations on three Japanese folksongs (1991)
* Yuyake koyake
* Akatonbo
* Sakura


 

Adriaan van Bergen-Mars (1990)

Adriaan van Bergen-Mars, 1990


 

Phrase & Paraphrase (1989)

Deze introductie en variaties op de Gregoriaanse hymne Urbs Beata Jerusalem werd in 1989 geschreven.  Vanwege de 60ste verjaardag, dat jaar, van de Bok Singing Tower & Mountain Sanctuary in Lake Wales (Florida) werd de compositie opgedragen aan Milford Myhre, gerenomeerd beiaardier en vaste bespeler van de Bok Tower. De Gregoriaanse hymne is onder de titel Blessed City, Heavenly Salem als nr. 519 opgenomen in het Hymnal van de Episcopal Church.

De beide variaties worden omgeven door resp. een voorspel, tussenspel en naspel waarin steeds weer de voornaamste motieven en het modale karakter van de hymne zelf worden verwerkt in een ritmisch vrije stijl. De onderdelen gaan zonder onderbreking in elkaar over. Desgewenst kunnen delen van de hymne vooraf aan (en tot slot van) de compositie worden gespeeld, ten einde de sfeer te versterken en de herkenbaarheid te vergroten.

Uitgave Donemus; verkrijgbaar via Beiaard-Centrum Nederland (BCN)


 

Prelude (Knipoog, 1987)

Het werk werd geschreven ter gelegenheid van de beiaardcompositiewedstrijd welke was uitgeschreven door de Nijkerkse Klokkenspel-Vereniging ter gelegenheid van het 210-jarig bestaan van de Nijkerkse A.J. van den Gheynbeiaard  (1777). NB: het 200-jarig bestaan was gevierd met de uitgave van het driedelige Nijkerkse beiaardboek met composities over bekende liederen (zie: Maassen/Should auld acquaintance).

De Prelude bevat citaten en stijlelementen uit het 5de beiaardpreludium van Matthias van den Gheyn  (componist te Leuven, 1721-1785).  Uitvoering van Prelude kan worden voorafgegaan door een quasi ge-improviseerd fragment uit het Vijfde preludium van Van den Gheyn, lengte naar eigen keuze, mits attacca kan worden overgegaan naar Preludium “Knipoog”.

De stijl van de Prelude is tonaal omdat het geleende materiaal dat vereist. Het ritme van de veelal gebroken akkoorden doet echter anders vermoeden, door haar bandeloze mix van zestienden in groepjes van 3, 4 en 5 noten.  Prelude is geschikt voor uitvoering op een beiaard in middentoonstemming.

Duur: ca. 5/6’,  afhankelijk voor een inleidende improvisatie.  De eerste uitvoering werd zomer 1988 te Utrecht gegeven tijdens de Internationale Zomercursus van de Nederlandse Beiaardschool Amersfoort.

Uitgave: Beiaard-Centrum Nederland (BCN) te Amersfoort (1988) onder de titel “Twee Nijkerkse Geyntjes”.
 
Home > Composities > Solo